terug naar de website van O.V.O.K.

Getuigenis Leo en Jannemariet


IJsbrand

foto brood


Eerst zult u een korte impressie krijgen. Vervolgens een nadere uitleg. Mijn vrouw en ik nemen ieder een aantal aspecten voor onze rekening.



De zaterdag 24 juni
Het telefoontje van bakker De Medts
De rit Wasbrug - Kloosterstraat 79
De afgrijselijke ontdekking
Hij was al koud: niets meer aan te doen
De honden Kasya en Elise
Het verwittigen van Jannemariet
Beliestraat naar Kasper en Carolien
Bellen met Laurent en Annemarijn
De huisarts, toen geen dienst, later kop in ’t zand
De spoeddiensten, politie, de wetsdokter
Regels bepalen: dit overlijden is verdacht
Afscheidsbriefje in zijn auto
En daar sta je dan
‘Geamputeerd’ zei ik tien jaar terug
Ten minste aangeschoten wild.

Cremeren of begraven?
‘Welk type urn zal het worden?’ vroeg Eddy
Familie kwam langs
Buren kwamen op bezoek
Een bakkersknecht was gebroken en zocht troost
De ceremonie werd voorbereid met Eddy
De vrienden druppelden binnen
veelal grote jongens,
bijna mannen al
In tranen
‘Zeggen jullie ook een woordje?’ vroeg Eddy
’t Was lastig
’t Gaf veel steun.

’t Blijft lang in je kop spoken:
Wie was hij?
Een gevoelig joch
Groot liefhebber van dieren
Gastvrij en trouw voor zijn vrienden
Sterk en sportief
Sterke schaker
Goed ontwikkeld gevoel voor rechtvaardige verhoudingen
Een zoon om trots op te zijn!

Zeker
Maar ook …

Wat, wat heeft hem bezield?
Bewustzijnsvernauwing?
Identiteitscrisis?
Borderlineproblematiek?
Emotie regulatie stoornis?
Agressie?
Overgevoeligheid?
Onevenwichtig zelfbeeld?
Verkeerde afslag genomen?
Verdwaald wegens een teveel aan wegwijzers in het leven?
Of juist wegens een tekort daaraan?
IJsbrand de Zwijger

Vragen om gek van te worden
En antwoorden … weinig of noppes
Vragen malen tijden lang
Wat is wijsheid?

Voorzichtig in de achteruit parkeer ik
De vragen
In de schaduw
Van een eik
En
Ga met Jannemariet en de honden
Wat wandelen in de zon.

Misschien is het goed om ons voor te stellen: Wij zijn Leo en Jannemariet Juffermans – Versteeg. Wij zijn de ouders van Kasper, Annemarijn en IJsbrand, de schoonouders van Caroline en Laurent en grootouders van Inca, Evelyne, Amelie, Quinten en Yannick. Nu tien jaar geleden stierf onze IJsbrand. Hij maakte een eind aan zijn leven en ik heb hem daarna gevonden. Hij stierf op 24 juni 2006.
De impressie waarmee ik onze getuigenis startte is hetgeen ik sprak op 9 juli van dit jaar tijdens de herdenkingsbijeenkomst ter ere van IJsbrand, die door twee van zijn vrienden werd geïnitieerd en georganiseerd. Een bijzonder initiatief om een bijzonder mens te gedenken.
Ik kan me voorstellen dat niet alle details van de impressie duidelijk zijn, dat u na deze korte indruk nog wat toelichting en uitleg verlangt over de persoon van IJsbrand en wat zijn overlijden voor ons betekend heeft. Met name hoe we met ons verdriet en gemis omgegaan zijn en nog omgaan, welke veranderingen er zijn opgetreden en welke bronnen van steun we hebben mogen ondervinden.

Hij is ons derde kind. Was bijzonder welkom. Groeide de eerste acht jaren van zijn leven op in Nederland. Speelde leuk met de poppetjes en diertjes van playmobiel, had al zeer jong interesse in schaken. Ging erbij zitten, toen mijn vader dit spel aan Kasper, onze oudste zoon, ging leren. Wist al heel snel goede zetten te bedenken en hij was de eerste in de familie die het pion-, het toren- en het koningsdiploma heeft gehaald.
IJsbrand had een bijzondere gave in het omgaan met dieren. Niet alleen voor onze kater, maar ook allerlei andere dieren. Wij woonden aan een dijk tussen de polder en een riviertje. Omdat hij gezien had dat er wel kikkers ten offer vielen aan het verkeer, zorgde hij voor die kikkers die hij tegenkwam op weg van school naar huis. Hij nam ze mee, stak ze in de zak van zijn jasje. De bedoeling was ze in de tuin, die grensde aan het riviertje los te laten. Meestal ging dat goed. Hij vergat er ook wel eens een. Die kikker kwamen we dan in de gang tegen.
Hij was niet zo’n lezer. Maar naar een film op T.V. kijken of naar de bioscoop gaan deed hij wel graag.
Als het aan hem alleen lag, liefst actiefilms, maar als oma of mama meegingen hield hij met hen bij de keuze van films goed rekening.
Net als zijn oudere broer ging hij op voetbal. Hij zette zich daarvoor uitstekend in, ook al bleven de resultaten van het elftalletje nogal teleurstellend. Hij kon de bal hard en vooral ook ver trappen.
Dit voetballen ging een geruime tijd goed, totdat –de precieze aanleiding weet ik niet- hij een overtreding begaan zou hebben en hij voor één of twee wedstrijden zou worden geschorst.
‘Ik ga niet meer.’ Was zijn reactie. ‘Joh, papa gaat wel eens praten met de trainer en het komt wel weer in orde.’ ‘Jij mag gaan praten, ik ga niet mee en ik kom niet meer.’ Op een feestelijke bijeenkomst van een oudejaarsnacht werd hij door enkele knapen te grazen genomen. Nogal toegetakeld kwam hij van het feest thuis. ‘Zal ik er aangifte bij de politie van doen?’ ‘Niet nodig!’

Zijn kwetsuren herstelden snel en korte tijd nadien meldde hij zich aan voor kickboksen. Trainen, spierversterkende oefeningen, powerliften, touwtjespringen tot 1000 maal achtereen. Hij haalde verschillende trofeeën binnen.
Won aan lichaamskracht en zijn zelfvertrouwen nam ook toe.
Tot ook aan dit kickboksen plotseling een einde kwam, omdat hij het idee had dat de trainer hem niet geheel serieus nam. Tranen van frustratie.
Hij wilde naar een sportschool toe. Had halverwege zijn middelbare school al laten uitschijnen dat hij na de vakantie niet terug zou komen en zich had aangemeld op een sportschool. Je gooit echter beter niet oude schoenen weg voordat je nieuwe hebt.
Na de aanmelding kreeg hij te horen dat hij wel voldoende kracht had, maar niet lenig genoeg was om succesvol een sportopleiding te gaan starten.
Terug naar de middelbare school (ASO) was geen optie volgens hem. Er was plaats op TSO bij Techniek wetenschappen.
Maar binnen een half jaar bleek dat dit niet zijn kopje thee was.
Wat nu?


De zig-zag-bewegingen die zich in zijn levensloop aftekenden, vervulden ons afwisselend met zorg en nieuwe hoop

Een opleiding voor het Nederlandse leger in Breda. Het opleidingsjaar met veel aandacht voor sport bleek een succes. Iedereen blij en tevreden. Dachten we. Dan het leger in. En daar knapte hij af: hij ervaarde het legerwerk als veel wachten en uren vullen met weinig of niets zinvols. Dus ‘Lexit.’ En zo kwam hij terecht in de bakkerswereld. Bij een bakker in de buurt had hij naar tevredenheid al eens vakantiewerk gedaan. Wij vonden het wel van belang dat hij, als hij in deze richting zou gaan, hij ook een officiële vakbekwaamheidsopleiding zou volgen. Dat deed hij, met goed resultaat, terwijl hij bij de bakker in Essen zijn stagewerkplek had. Het nachtelijk bakkerswerk eiste wel een tol: het bemoeilijkte contact met vrienden en vriendinnen, die overdag hun bezigheden hadden en ’s nachts sliepen. Hij heeft nog een keer gewisseld van patroon. En blijkbaar was die tevreden over hem, want tijdens de verlofperiode zou IJsbrand de bakkerij mogen waarnemen. Vrij kort voor die bakkersvakantie maakte hij een einde aan zijn leven.

Een afscheidsbriefje vonden we in zijn auto. Enerzijds vind ik het fijn dat hij daaraan gedacht heeft, anderzijds verschaft een zinsnede daaruit ‘… een echte reden ervoor is er niet, maar zo voel ik het eenmaal ... ’ toch ook niet veel echte duidelijkheid.
De eerste week na zijn overlijden verkeerden we in een soort onwerkelijke wereld. We waren verzeild geraakt in een boze droom en we hoopten uit de nachtmerrie te kunnen ontwaken om te ontdekken dat hij nog gezond en wel in leven was.
De eerste dagen word je volkomen in beslag genomen door allerlei praktische zaken, zoals informeren van mensen, voorbereiden van de afscheidsceremonie, ontvangen van condolerend bezoek. Het is goed dat er dan enkele mensen zijn die in de gaten hebben dat ook de inwendige mens aan zijn trekken moet komen. De belangstelling en ondersteunende aandacht die we die eerste tijd ontvingen gaf het gevoel dat we het noodlot niet helemaal in ons eentje hoefden te dragen en dat deed goed. De vraag van Eddy, de begrafenisondernemer, of hij begraven of gecremeerd moest worden bleek eenvoudig te beantwoorden. Mijn moeder was drie weken eerder overleden en zij wilde gecremeerd worden. Een opmerking van IJsbrand dat hij ook gecremeerd wilde worden, linkten wij toen enkel en uitsluitend aan het overlijden van oma. Hij was altijd zorgzaam voor haar en oma en IJsbrand hadden een goede band. Omdat mijn vader begraven was en mijn moeder gecremeerd, waren we redelijk geïnformeerd en wisten we dat er een mogelijkheid bestaat om in een graf ook een of meer asurnen te plaatsen. IJsbrand is gecremeerd en zijn asurn is geplaatst onder een steen van een graf, waarin Jannemariet en ik te zijner tijd komen te liggen.

Een andere vraag van Eddy, welk type urn het moest worden, viel bij mij geheel verkeerd. Ik hoop niet dat ik dit toen heb laten merken, want Eddy deed zorgvuldig en gedegen zijn werk. Maar ik was er emotioneel niet klaar voor.
Tijdens de afscheidsceremonie ondervonden we veel steun van de zeer velen die gekomen zijn, maar ook doordat we ervoor kozen om zelf in alle openheid wat woorden te spreken. Jannemariet, Kasper, Annemarijn, mijn nichtje Ans en IJsbrands peetoom Chris, de vrienden van IJsbrand en ik deden een zegje. Het spreken tijdens die gelegenheid was verre van eenvoudig, maar het hoorde bij het laatste wat we voor hem hebben kunnen doen.

Dat een buurman, die me zag aankomen met de honden zich snel omdraaide en deed of hij met de gevel van zijn huis bezig was, ervoer ik toen als kwetsend. Later ben ik over dit soort gedrag anders gaan denken. Namelijk jammer dat die buurman de sociale vaardigheden mist om met lastige situaties om te gaan. Daarmee laat ik de problemen eigenlijk meer waar ze thuis horen.
Anders is het met de huisarts. Dat is een persoon in wie je vertrouwen stelt en van wie je mag verwachten dat hij niet alleen de medische kennis bezit ter bevordering van je gezondheid, maar ook een ethische standaard hanteert die onder meer zichtbaar wordt door een minimale belangstelling voor het wel en wee van zijn patiënten. Die zaterdagavond kwamen we bij hem aan de deur, maar we werden via een intercom naast zijn voordeur verwezen naar de arts van wacht. Ik deed persoonlijk het overlijdensbericht in zijn brievenbus. Het verbaasde me aanvankelijk dan ook en later maakte ik me boos omdat elk initiatief of reactie van zijn kant ontbrak. Ik ervaarde het alsof we voor hem konden barsten. En dat uitgerekend op het moment dat we in een uiterst moeilijke en kwetsbare situatie verkeerden. Later loog hij schaamteloos in een briefje dat hij blijkbaar van de medische tuchtcommissie moest schrijven dat hij het overlijden ‘via de straat’ vernomen zou hebben en voerde verder als excuus aan dat hij geen secretaresse had voor correspondentie. Het groeten, het afleggen van een bezoekje, het laten weten dat je meeleeft, het bijwonen van een begrafenis- of crematieplechtigheid is niet leuk en niet eenvoudig, voor de meeste mensen ook geen dagelijks werk. Het ongedaan maken van de dood zouden velen misschien het liefst willen, maar is niet haalbaar, praten over het weer of over voetballen is op zo’n moment minder geschikt, maar wat moet je dan wel?

Van zeer velen ontvingen we vriendelijke woorden en dit betekende steun. Ook nu we na tien jaar nog eens de toegestuurde teksten doornemen geeft het steun en zijn we nog dankbaar voor de positieve insteek die velen toen hebben getoond.
Een goede collega van me kwam langs en vroeg: ‘Ben je nu in hoofdzaak verdrietig, omdat hij er niet meer is, of uit medelijden met je zelf?’ De vraag is confronterend, maar wel terecht en laat zich beantwoorden dat wij hem misten en zo graag hadden gezien dat de onmiskenbare onrust die zich aftekende in zijn sporten, in zijn opleidingen en in zijn werksituatie zich zou gaan stabiliseren tot een goed evenwicht. En tegelijkertijd komen er tranen in mijn ogen, als ik denk aan de periode, waarin hij in alle eenzaamheid heeft geworsteld met niet nader geïdentificeerde problemen, waarover hij, voor zover ik weet, niemand in vertrouwen heeft genomen en/of niet in staat is geweest de ondervonden problemen onder woorden te brengen.
Hoe we na de eerste zeer moeilijke maanden hebben gereild en gezeild …


Jannemariet zal haar ervaring op dit punt vertellen ...

Ik zal proberen te vertellen hoe ik het ervaren heb. In eerste instantie voelde ik me afschuwelijk. Ik voelde me ziek, letterlijk ziek van ellende, maar ik was helemaal niet ziek. Dit gevoel kende ik totaal niet. Het ergste vond ik dat ik er niet bij was, toen Leo het ontdekte. Leo kwam heel snel weer thuis om dit afgrijselijke bericht te vertellen. We zijn samen naar zijn huisje gegaan en daar drong het beetje bij beetje tot me door. We hebben onze zoon Kasper gebeld dat we zo langs zouden komen en of hij buiten wilde gaan staan. Zijn aanstaande schoonpapa verjaarde op dezelfde dag als IJsbrand. Ze vierden het die avond. Wij dachten –achteraf naïef- het feestje niet te verstoren door niet naar binnen te gaan. Annemarijn was onderweg naar haar thuis; zij kwam met haar Laurent snel naar bij ons. Ze werden gebracht door vrienden. Na allerlei geregel (huisarts, 112, terug naar IJsbrands huisje, de hulpdiensten) gingen we naar huis en naar bed. Slapen lukte natuurlijk niet. We waren vooral stil, we dachten dat de ander misschien wel sliep. Kasper en Caroline waren boven, af en toe hoorden we ‘bonk’. Kasper was aan het sjoelen om zich af te reageren. De volgende ochtend zijn we vroeg naar de bakker gegaan. IJsbrand’s patroon vertelde ons dat hij weldra op vakantie zou gaan en dat IJsbrand dan het brood zou blijven bakken én dat hij nu zijn vakantie geannuleerd had. Wij waren toen even trots dat onze zoon dat gekund zou hebben. Thuis gingen we maar een boterhammetje eten. Dat deed ons nog een beetje aan IJsbrand denken. Brood uit IJsbrands bakkerij. Zo ervaarden we dat.

Van wie het uitging weten we niet meer, maar we zeiden tegen elkaar ‘we mogen hier altijd over praten, we gaan nooit raden of de ander er over wil praten. De ander mag altijd ‘nu even niet’ zeggen’. De afgelopen tien jaar hebben we er misschien vijf keer gebruik van gemaakt. Ik denk dat we hierdoor niet uit elkaar gegroeid zijn maar juist naar elkaar toe. Wij noemen deze afspraak onze gouden greep. Iedere ochtend stapten we uit bed en vroegen aan elkaar: ‘Hoe was je nacht?’. Wij vonden het erg zielig en ouwelijk klinken, maar we deden het gewoon. Slapen deden we niet.

Na vier dagen kwam een heel lieve nicht van Leo (Leo ervaart haar als zijn zus, hij is enig kind). Bij het afscheid nemen stond ik even te slapen. Slaapmiddelen wilden we niet gebruiken. We waren bang om verslaafd te geraken of daardoor een nog groter psychisch wrak te worden. Tijdens de crematieplechtigheid wilden we allemaal een woordje spreken. Ik wilde graag als eerste omdat ik de slechtste spreker ben. Het was toch fijn om daar mee bezig te zijn. Ik had nog geen idee hoe we verder moesten. Ik leefde echt van dag tot dag. Iedere dag hadden we bezoek. De nacht na de begrafenis sliep mijn zus bij ons. De tweede dag kwam een neef van Leo. Dat vonden we heel prettig, omdat er zo meegeleefd werd.

Kasper had behoefte aan mensen die ook een broer hadden verloren en dat had de neef van Leo en bovendien had die ook nog een gestorven zus. Zo waren er mensen rondom ons die ons in de eerste tijd vertroetelden en verzorgden. Ze kookten voor ons en het gaf ook wat afleiding. We waren hier heel blij mee. Op een gegeven ogenblik waren we weer samen. Ik ben weer vrij snel gaan werken, misschien eigenlijk ook om mijn naaste familie niet gek te maken. Op mijn werk kreeg ik ook alle mogelijke medewerking en veel begrip. Ik kwam er achter dat je in een volle tram heerlijk kan huilen: niemand let op je.

De eerste keer dat ik naar de bakker ging waren er twee dames die bedienden. Ik hoopte dat de jongste me zou bedienen en niet de oudere. De oudere is een bijzonder sympathieke vrouw. IJsbrand was naar het feest van haar veertigste verjaardag geweest. Het ging natuurlijk helemaal fout toen zij me hielp. Jaren later is jammerlijk haar dochter overleden door een auto-ongeluk. Weer een aantal jaren later kwam ik haar tegen in de speelgoedwinkel. Het verdriet kwam terug boven en ik was weer helemaal van de kook. Ik was daar met onze kleinzoon en onze hond. Na de weg te zijn overgestoken dacht ik: ’ik had zojuist meer bij? Oeps, onze hond vergeten.’ De brood-verkoopster zag het en zei dat ze hem anders bij ons thuis gebracht zou hebben. Ik zei dat het door mijn kleinzoon kwam, maar dat was het niet: ik schrok dat ik haar zag. Ik werd steeds beter in dingen niet willen. Ik had nergens zin in. Ik verveelde me eigenlijk. Ik wilde me niet wentelen in mijn verdriet, ik wilde geen angsthaas worden, ik wilde me niet afsluiten voor andere mensen, maar ik deed het allemaal toch.

IJsbrand woonde in een mooi klein huisje, een klein stukje bij ons vandaan. Ik wilde eigenlijk in zijn huisje gaan wonen, zodat we daar goed in zijn huid konden kruipen en maar raak rouwen. Leo voelde daar niet voor, hetgeen ik ook weer goed kon begrijpen. Dus moest het huisje leeg en verkocht worden. Wij hebben eerst met de familie er alles uitgehaald wat wij wilden bewaren. Daarna hebben wij een kijkdag georganiseerd voor zijn vrienden en die mochten kiezen wat ze wilden. Dat was gewoon een goede dag en alles verliep prettig er was voortdurend sprake van respect.

Schoondochter Caroline was onze makelaar; zij heeft IJsbrands huisje verkocht aan een van haar nichten. Dat vonden we prettig. We mochten het nog een keer bekijken toen het opnieuw was ingericht. We hadden daar ook helemaal vrede mee. Het waren maar spullen. En in handen van familie en vrienden kregen ze een goede tweede bestemming. Het zijn maar spullen, maar wel beladen met mijn herinneringen. Ik weet dat ik bij ons thuis overdrijf met foto’s en herinneringen. Op een gegeven moment had ik in ieder vertrek een herdenkingshoekje. Nu zijn het er nog maar drie. In de living, in de computerkamer en in onze slaapkamer. Daar kunnen we allemaal mee leven. Ik dacht ‘we moeten een weekendje weg naar de Ardennen met onze kinderen en aanhang er bij.’ Een heel leuk adres hadden we gevonden. Schatten van mensen. Met mijn verjaardag hebben we dat nog eens herhaald. De feestdagen kwamen er aan. We zijn met zijn zessen naar een chique hotel geweest. De kinderen vonden het geweldig, wij vonden het een poppenkast en dachten: ‘dit nooit meer.’

Kasper zat voor zijn studie een jaar in Hong Kong. In mei 2007 zijn we hem daar gaan bezoeken. Dat was best prettig, maar na zo’n time out wilde ik eigenlijk niet naar huis. Daarna zijn Leo en ik nog enkele keren naar de Ardennen geweest. Ook aan deze fijne uitlaatklep kwam een einde: de beheerders gingen uit elkaar en verkochten de hele handel. Weg super adresje. Zo ervaarde ik het toen heel sterk: we hebben iets leuks en positiefs en het verdwijnt ineens. Nu zijn we 10 jaar verder. Daarover straks meer.


Wat mij betreft

Leo vertelt:

Ik was zodanig opgeslokt door het overleven dat ik daar eigenlijk veel te veel mee bezig geweest ben. Vrouw en kinderen Ik zag dat Jannemariet veel verdriet had en dat zij zocht naar contacten met lotgenoten; ik had wel oog voor haar behoeften, maar aan anderen met hun verdriet, nee, dat was mij toen teveel. Achteraf vind ik dat ik in die eerste periode ook weinig aandacht heb gegeven aan de beide andere kinderen. Kasper gaf me een keer een wake up call: ‘Moet ik dan eerst dood zijn, voordat ik aandacht van je krijg?’.

Werk
Ik was het lesgeven aan het afbouwen. Ik werkte nog een dag in de week in school en later begeleidde ik nog een tijd vanuit huis scripties en werkstukken. Ik ben vrij snel terug naar de school gegaan. Ik kreeg daar voldoende ruimte en begrip en de open kantoorruimte daagde mij uit te werken zonder het gevoel te hebben dat ik er helemaal alleen voor stond. Ik hield me bezig met het bewerken van de Nederlandse vertaling van een psychologieleerboek voor de gezondheidszorg.

Honden
IJsbrand had behalve onze oude Kasija, een Golden Retriever, een jonge Berner sennen aangeschaft, die luisterde naar de naam Elise. De neiging om moedeloos bij de pakken te gaan neerzitten, wordt omgebogen in eerst plichtmatig en later met meer animo ‘de blokjes om’.

IJsbrand bracht diversiteit in de wandelingen. Dit nam ik over. Wel duurde het een heel lange tijd voordat ik eigen, nieuwe wandelweggetjes ging ontdekken. Ik stelde voor om Elise te laten dekken. Ze bracht in november 2007 een nestje pups ter wereld, Elise was een bijzonder lieve en zorgzame moeder. De pups waren enig, gaven veel werk, zorg en afleiding. We hebben nog contacten erdoor. We wilden zelf ook een pup houden. Dat is Gwen. Eigenlijk hebben wij Gwen niet gekozen, maar heeft Gwen ons gekozen: als enige van het nest zag zij telkens kans om over de planken in het halletje heen te klauteren. Helaas stierf moeder Elise, in juli 2008, nog op jonge leeftijd.
En Gwen ... die is nu bijna negen.
Wie van honden houdt, weet dat een hond heel goed de stemming van de baasjes aanvoelt en erop reageert, de verzorging en het uitlaten geeft een structuur aan je leven en dwingt je om buiten te komen. De waarschijnlijkheid op sociaal contact met mensen in de buurt wordt groter dankzij de hond. Voor wie er voor open staat is de viervoeter een goede vriend, die bereid is de baas door een moeilijke periode heen te trekken.

Natuurgidsencursus
Omdat ik met IJsbrand en de honden regelmatig wandelde doorheen de bossen en de heide, wees een buurvrouw mij erop dat een natuurgidsencursus zou starten. Ik volgde een jaar lang wekelijks de bijeenkomsten en excursies en behaalde nadien het natuurgidsendiploma. Sindsdien trek ik met wat wisselende regelmaat met groepjes mensen de natuur in. Het wandelen, het buitenzijn werkt helend. Een bescheiden bijdrage leveren aan de kennis van en het genieten in de natuur is uitermate plezierig.

Klussen in en rond het huis
Na enige tijd van geen zin, zet je je ertoe om een kwast te pakken, of een loskomende schroef er terug in te zetten, onkruid te wieden etc. En ben je ermee bezig, leidt het goed af en geeft weer een zekere voldoening.

Deelname aan een praatgroep van O.V.O.K.
Vooral Jannemariet had in de beginperiode behoefte aan contact met meer ervaren lotgenoten. Het viel niet mee om iemand te vinden die bereid was om ervaringen te delen. En toen ze iemand gevonden had, bleek deze persoon zich zeer sterk vast te klampen aan een bepaald soort negativiteit. Wij wilden die kant niet op en werden -toevallig- gewezen op een krantenberichtje dat een praatgroep van O.V.O.K. een drietal themabijeenkomsten had gepland: een over het overlijden van kind wegens een ziekte, een over het overlijden ten gevolge van een ongeval en een derde over zelfdoding.
Naar deze laatste bijeenkomst zijn we toegegaan, een beetje nieuwsgierig, maar ook huiverig vanwege voorafgaande ervaringen met lotgenoten. We werden echter uitermate vriendelijk en begripvol ontvangen en we voelden ons welkom en eigenlijk ook gelijk thuis.
De opzet van de praatavonden is er een waarbij veel mag, maar weinig hoeft. Na een voorstelrondje is er soms een thema dat tevoren bekend wordt gemaakt, soms is er ook niet een bepaalde aanzet.
Ieder krijgt de kans op vrijelijk zijn/haar verhaal te vertellen, of aan te geven wat goed gaat en waar het moeilijk is. De avonden geven de gelegenheid om ervaringen uit te wisselen, waarbij ieder zijn/haar voordeel kan doen. De bijeenkomsten hebben niet een therapeutisch karakter, maar wel is het plezierig als er aan het einde een aantal positieve, toekomstgerichte vragen worden gesteld of conclusies worden getrokken waarmee de deelnemers verder kunnen.
Mijn conclusie is, dat IJsbrand al geruime tijd zoekende geweest is naar zichzelf en dat hij daarbij een hobbelige weg heeft gevolgd met vele hoeken en haarspeldbochten, dat het blijkbaar niet mogelijk was om hetgeen hem dwars zat onder woorden te krijgen, zodat het behapbaar werd. Zijn vele vrienden en vriendinnen zouden zonder enige twijfel bereid geweest zijn om hem daarin bij te staan, naar hem te luisteren en te adviseren. Zij zouden voor hem door het vuur gegaan zijn, zoals hij voor hen door het vuur ging. Als ik terugzie op de afgelopen tien jaren, dat het geen zin heeft en niemand blij wordt als je jezelf blijft kwellen met sombere gedachten en schuldgevoelens, hoewel het af en toe en nog steeds verleidelijk is een afslag naar het moeras van Somberstein te nemen. Met het heengaan van IJsbrand is ons leven geheel anders gelopen dan dat we ooit gedroomd hadden. We proberen er het beste van te maken.


Jannemariet rondt af en vertelt hoe het nu met haar gaat

Na bijna twee jaar zeuren, klagen en mopperen (meestal in stilte hoop ik) deed zich ons eerste lichtpunt voor. Kasper ging trouwen met Caroline precies op de dag dat ze elkaar 10 jaar kenden. Ik vond het prachtig dat ik samen met Caroline, haar moeder en Annemarijn de trouwjurk mocht kiezen. Ze betrokken ons overal in. Die dag hebben we genoten, maar we voelden ook voortdurend het gemis van IJsbrand.
In de kerk zaten we helemaal voorin, niemand kon zien dat we het zo moeilijk hadden. Kasper hield een toespraak waarin hij een kei is, maar bij het noemen van IJsbrand’s naam liep de mascara rijkelijk uit. Toch heb ik het ervaren als een superleuke dag. Het vrolijke en het liefdevolle overheerste. Het tweede lichtpunt kondigde zich hierna snel aan. Annemarijn en Laurent hadden gezien hoe geweldig een bruiloft is. Zij wilden ook trouwen. Het is een prima koppel en we waren er meteen voor. Misschien knappen we er ook wel verder van op. Ook dit werd een fantastische dag. IJsbrand’s naam is niet gevallen , maar wel voortdurend gevoeld en dat was goed. Direct na deze vreugdevolle gebeurtenis kwamen onze kinderen en schoonkinderen langs. We kregen een pakje met een body (rompertje), nee, twee body’s. Zowel Caroline als Annemarijn waren zwanger. We gingen opa en oma worden. Heel leuk! Alles was spannend … hoe zouden onze kinderen als ouders zijn en hoe zouden wij als grootouders zijn? Hoe zou IJsbrand dit gevonden hebben? Ik denk grandioos!

Eerst werd Inca geboren en 11 dagen later kwam Evelyne. Het was geweldig. Inca leek sprekend op Kasper, maar ook op IJsbrand. We waren heel blij met twee meisjes. We hebben genoten. En nog steeds.
Twee jaar later kreeg Annemarijn Amelie. Ik werkte nog steeds en overwoog om te stoppen en fulltime oma te worden, maar mijn pensioen naderde, dus dat fulltime oma zou toch wel komen en we wilden vermijden dat de kinderen met een diepe zucht zouden zeggen: ‘Daar heb je opa en oma weer.’ Weer een kleine twee jaar later werd bij Kasper Quinten geboren. Ik zag er eerst een beetje tegen op om een kleinzoon te krijgen, maar het bleek een groot feest te worden. Later kreeg Annemarijn ook een zoon Yannick. Yannicks tweede naam is IJsbrand, daar zijn we heel blij mee en we moeten oppassen dat we hem niet extra gaan verwennen, het is toch al zo’n knuffelaar. Yannick is de kers op de taart.

Hoe gaat het nu inmiddels met ons? Ah wel, ik ben met pensioen. Het heeft een kleine twee jaar geduurd voor ik mijn draai had gevonden. We zijn begonnen met een kerstkaart met een foto van de kleinkinderen er op. We begonnen met 3 kleinkinderen. Vorig jaar was het een foto van een bere trotse opa en een super trotse oma met hun 5 oogappeltjes. Inmiddels zijn de meisjes helemaal vertrouwd met het gevoel van de mysterieuze nonkel IJsbrand. Ze mogen altijd mee naar het kerkhof en mogen een bloemetje uitkiezen en vragen stellen en dat gaat goed. Bij IJsbrands foto staat wat playmobil, waar hij graag mee speelde. De kleinkinderen mogen daar ook mee spelen en er staan kleine Berner sennenpoppetjes bij. De hond van IJsbrand. Ook daar mogen ze mee spelen. Quinten is er vaak mee aan de wandel. IJsbrand zou dit machtig mooi vinden.
Het gaat heel redelijk met me: 11 maanden gaat het goed. De maand juni blijft zwaar. ik wil niet ver van het kerkhof en ben nogal chagrijnig. Ik zeg wel, als ik in april mijn teen stoot is er niets aan de hand, maar als ik in juni mijn teen stoot begin ik te wenen. Mijn leerpunt zal zijn om de moeilijke periode in te korten tot een week en uiteindelijk tot een dag.
Ik ben heel blij dat ik IJsbrands moeder mocht zijn, want hij was een super gozer.
En ik ben blij dat ik jullie over IJsbrand heb mogen vertellen.