Sophie

Sophie Daems geboren op 5 februari 1986 en overleden op 22 april 2010. Op 22 april 2010 overleed ons enig kind Sophie in een auto-ongeluk, ze was pas 24 jaar.

LEERGIERIG
Sophie studeerde vijf jaar in Leuven en was dus al een hele tijd vaak alleen tijdens de weekends thuis. Ook verbleef ze op haar 18de een jaar in Frankrijk. Maar altijd waren er de telefoontjes, de brieven, de mailtjes en smsjes en later het skypen. Nu is er niets meer, geen dag mama, geen luide schaterlach, geen zingende Sophie … Wat missen we ons kind verschrikkelijk hard. Sophie was leergierig, artistiek, sociaal en ze hield van reizen en ontdekken. In het laatste jaar van het secundair besloot ze om dat jaar nog eens over te doen in Frankrijk alvorens hogere studies aan te vatten. Bij terugkomst was ze overtuigd om taal en letterkunde te gaan studeren in Leuven. Ze vond een heel toffe kamer en sloot al snel vriendschap met haar kot- en studiegenoten. Daar leerde ze ook haar eerste (serieuze) lief kennen en hij kwam regelmatig mee in het weekend. Er kwamen veel vrienden over de vloer, iedereen was en is nog steeds welkom. Sophie werkte hard en behaalde nog een tweede master in bedrijfscommunicatie. We waren ontzettend fier.

HET ONGELUK
Dan begon haar zoektocht naar werk. Ze ging naar verschillende sollicitatiegesprekken en omdat er niet dadelijk een aanbieding volgde besloot ze om als reisbegeleidster bij Jetair aan de slag te gaan. Ze volgde nog een korte opleiding en vertrok in maart 2010 naar Sharm El Sjeik in Egypte. Op 22 april rond 13 uur werd er aangebeld. Ik had een vriendin op bezoek en net mijn broer aan de telefoon toen ik de deur opendeed en twee agenten zag… Ik kon het niet geloven toen ze vertelden dat Sophie was overleden, ik had ze de avond voordien nog aan de telefoon gehad, door de hevige wind was er veel geruis en ik vroeg haar de volgende dag te skypen … het was zo onwerkelijk. Veel details konden ze ons niet geven en ik was volledig in paniek. Toch heb ik dadelijk zelf Jan opgebeld op kantoor en verschillende familieleden en vrienden.

In korte tijd zat het huis vol, Jan’s zus en broer, zijn mama, mijn broer, de buren, onze beste vrienden … . Jan’s broer heeft ons enorm geholpen in die eerste uren, hij contacteerde Jetair en vertrok de volgende dag met ons naar Egypte. Vanaf het vliegtuig kregen we begeleiding van Manu die in dienst was van het Rode Kruis. Eénmaal ter plaatse konden we medewerkers spreken en hoorden we hoe ze ’s ochtends met drie op pad waren gegaan naar de grens om papieren in orde te brengen. Sophie reed met de wagen en moest uitwijken voor een stilstaande zandruimer, ze belandde op de andere rijstrook en werd daar aangereden door een vrachtwagen. Zijzelf en Michael, de Egyptische gids die achter haar zat, overleden ter plaatse. Sarah, de collega naast haar, overleefde de klap haast zonder verwondingen. We mochten Sophie zien in het funerarium van het ziekenhuis. Haar lichaam was heel gaaf, alleen was er die enorme hoofdwonde ….

Het feit dat Sophie zelf aan het stuur zat en dat er nog een jongen omkwam trof me diep. Het rapport wees uit dat hun overlijden te wijten was aan de enorme klap bij de aanrijding met de vrachtwagen waarbij beide hoofden mekaar geraakt hebben met schedelbreuk tot gevolg. Veel later vertelde Sarah ons dat zij en Michael onderweg nog wisselden van plaats, waarom is me niet duidelijk. Ik heb nog steeds veel vragen maar durf die niet te stellen aan Sarah die zelf vanzelfsprekend erg getraumatiseerd is. Ik heb de ouders van Michael mijn medeleven betuigd via zijn medewerkers maar heb nooit iets terug gehoord. Met Sarah en haar mama hielden we nog enige tijd contact maar sinds haar huwelijk horen we ook van hen niets meer. De mensen van Jetair en het Rode Kruis hebben ons na het ongeval ontzettend goed begeleid, ik wilde en mocht zelf haar appartementje opruimen, haar kleren weer inpakken, spreken met collega’s met wie ze op korte tijd al een goede band had. Tussen haar spullen vond ik haar dagboek, ik wist dat ze gestart was met schrijven tijdens haar jaar in Frankrijk. Ik las het die nacht in één keer uit, het bracht haar weer tot leven ….

TERUG THUIS
Terug thuis was het wachten op Sophie want het zou even duren alvorens haar lichaam gerepatrieerd kon worden. Het was allemaal heel moeilijk en verwarrend maar het gaf ons wel de tijd om een mooie afscheidsdienst samen te stellen. Onze familie en vrienden hielpen met uitzoeken van foto’s en muziek en het maken van teksten. We wisten dat we een fantastische dochter hadden en merkten nu ook hoezeer ze geliefd was bij iedereen, zelfs bij mensen die haar nog maar heel kort kenden.

Die eerste dagen leefden wij op automatische piloot. En toen op 6 mei de dienst voorbij was en haar urne een plaats kreeg in de eetkamer klampten Jan en ik ons aan mekaar vast. Uren zaten we op de zetel naar niets te kijken, te huilen, ons af te vragen hoe het nu verder moest, konden we, wilden we verder? Hoe graag hadden we niet ons leven gegeven in haar plaats, want wij hebben een vol leven gehad. Er liever niet meer zijn is iets waar iedere ouder die een kind verliest wel eens (of veel) aan denkt. Liever bij haar zijn dan in dit tranendal. Ouders die nog kinderen hebben voelen dat ze hier nog nodig zijn, maar wij … Verlies en verdriet waren ons niet vreemd, mijn mama overleed een jaar na Sophie’s geboorte aan leukemie, Jan’s vader was vier jaar eerder al omgekomen in Costa Rica. Ik denk ook heel veel aan mijn oma die twee maanden na mijn moeder letterlijk aan een gebroken hart is overleden, het tweelingbroertje van mijn mama was gestorven als baby, haar oudere zus verloor de strijd tegen tuberculose en werd maar 16, mijn mama was haar derde en laatste kind dat vóór haar overleed ….

Men zegt: met het overlijden van je ouders verlies je je verleden, als je kind sterft verlies je je toekomst en zo voelt het absoluut! Je vraagt je dan af “wat doe ik hier nog” en “voor wie moet het nu nog allemaal”. De uitspraak ‘wat niet doodt maakt je sterker’ stel ik zeer in vraag, het doodt misschien niet maar verzwakt je voor altijd! Verdriet herschikt je hele leven, als je je enige kind verliest, verlies je je hele toekomst. Je bent je oude patroon kwijt, je mist je kind in de handelingen die je deed met haar maar evengoed in nieuwe dingen die je onderneemt. Het echte geluk lag in het delen van dat geluk met haar. Als de zon schijnt en het een stralende dag is of wanneer we iets moois zien of meemaken dan denk ik altijd aan haar, kon ze er maar bijzijn …. Dat is wat me nog steeds erg droevig maakt, dat zij zo weinig kansen kreeg. De hele wereld lag voor haar open en net op dat moment stopt het, hoe onbegrijpelijk, hoe wraakroepend …. Ik zou het willen zeggen met de woorden van Julian Barnes in zijn boek Levels of Life: “En kijk wat zij heeft verloren, haar lichaam, haar geest, haar ziel, haar stralende zelve en honger naar het leven. Voor mij is de wereld en alle leven de grootste verliezer omdat zij er geen deel meer van uitmaakt.”

Ongeveer twee maanden na het ongeluk ben ik beginnen schrijven. Ik richt me meestal tot Sophie en vertel over mijn gevoelens en het verloop van de dagen. Het doet me pijn maar het maakt me ook rustiger achteraf. Op 1 januari 2011 schreef ik: Eerste dag van een nieuw jaar. Het zegt me niks want ik mis mijn kind, ik kan me geen leven voorstellen zonder haar in geen enkel nieuw jaar … En op 14 maart: Allerliefste schat, precies 1 jaar geleden op zondagochtend bracht ik je naar de luchthaven. Hoe kon ik weten dat het de allerlaatste keer zou zijn dat ik je in mijn armen sloot en kuste. Ik schreeuw in mijn hoofd en huil, mijn hart doet pijn en ik weet me geen raad. De zon schijnt maar het blijft koud, niets voelt nog warm of vrolijk, ik zie geen reden om verder te leven zonder u, alle kleur, klank en liefde lijken verdwenen.

TERUG AAN HET WERK
Zes weken na het ongeval ging ik terug werken. Alhoewel ik de eerste maanden de ganse weg naar het werk en ook op de terugweg huilde in de wagen probeerde ik me op de werkvloer sterk te houden. In het begin kreeg ik begrip van collega’s en werkgevers maar na een jaar begon het stroef te lopen en schrijf op 3 mei 2011: “Kreeg eergisteren van enkele collega’s te horen dat ik moeilijk geworden ben om mee samen te werken. Het zal wel waar zijn, ik voel me ook vaak triest maar dacht dat ik het niet liet zien. De taken werden herverdeeld en ik ben niet langer de verantwoordelijke voor onze dienst. Eigenlijk een hele opluchting… Maar ik kan het hen niet uitleggen, ze verstaan het toch niet … ze moesten eens weten … gelukkig voor hen weten ze niks!”

Op eigen vraag werk ik nog slechts drie dagen, op maandag, woensdag en vrijdag zo verdeel ik mijn tijd en ben ik vaker bij Jan die als zelfstandige van thuis uit werkt en kan ik beter tegen de drukte op kantoor. Maar werken wil ik absoluut blijven doen, hoe moeilijk dat soms ook is. Ik voel dat het voor mezelf beter is om actief te blijven. Gelukkig zijn er een heleboel mensen in onze omgeving die ons steunen en een luisterend oor bieden. Vooral Jan’s zus, onze buren en enkele goeie vrienden hebben ons enorm geholpen. Ze stonden en staan nog steeds vaak voor ons klaar. Ook met de vriend van Sophie hebben we veel contact, hij heeft sinds kort een nieuwe relatie en zelfs nu zijn we bij hen heel welkom. Haar beste vriendin is ondertussen mama geworden en zij komt heel geregeld bij ons op bezoek met haar gezinnetje, we mochten zelfs al eens babysitten en dat was heel fijn. De eerste twee jaren kwamen er veel kameraden op bezoek maar dat gebeurt nu, op enkele uitzonderingen na, veel minder. Natuurlijk hebben ze allemaal hun eigen leven en hebben we daar alle begrip voor. Het doet echter deugd als er gereageerd wordt op onze berichten en foto’s die we plaatsen bij haar verjaardag en overlijdensdag. Vooral haar geboortedag 5 februari blijft voor ons heel belangrijk, dan komen we samen met familie en vrienden.

VERRASSINGEN

En af en toe zijn er verrassingen zoals de dag dat een collega uit Sharm El Sjeik ons een lamp bracht die Sophie had gekocht en die op haar appartementje was blijven staan. De lamp staat nu in onze eetkamer, een groot stenen paarskleurig ei, helemaal de smaak van Sophie en iedereen vindt ze mooi. We ontvangen soms lieve en pakkende kaartjes, brieven en mails zoals bijvoorbeeld deze van Louisa in april 2011: “Dag mama van Sophie, het is nu een jaar geleden dat Sophie ons werd ontnomen, maar toch denk ik ontzettend veel aan haar. Ik ben samen met Sophie begonnen bij Jetair en het verlies heeft me ontzettend geraakt. Het klinkt wat vreemd aangezien ik haar niet zo lang heb gekend, maar zij is me bijgebleven en ik ben haar ontzettend graag gaan zien. Maar u kent haar als geen ander en weet dat je van Sophie alleen maar kan gaan houden. Op de cursus was zij een sprankelende verschijning, vol leven. Zo denk ik aan de karaoké waar zij ‘I will always love you’ zong en de leuke gesprekken in het zwembad van het hotel met z’n allen, de avondjes op de kamer, onze plannen om samen naar Cuba te gaan, haar enthousiasme.”

Maar het allermooiste cadeau was een mini cassetje met een opname van Sophie’s stem. Lenthe, een kotgenote die psychologie studeerde had haar geïnterviewd voor een paper die ze schrijven moest. Met ingehouden adem heb ik geluisterd, bijna een uur lang praat Sophie over haar opvoeding, over waarden en normen, over onze goede en minder goede kantjes en hoe die haar hadden beïnvloed in haar relaties met anderen. Ik wist niet wat ik hoorde… ze vertelde hoe blij ze was met onze aanpak, dat Jan haar meer beschermde en knuffelde en ik haar wat vrijer liet, dat ze net zo een relatie wilde als de onze, dat ze mij zag als een vriendin waarmee ze alles kon bespreken … God, dat deed zo’n goed!

Een geschenk van heel andere aard is ons hondje Blondie. We kregen haar van onze vrienden Nin en Fernand. Eerst waren we helemaal niet zeker of we dit wel wilden maar vanaf het begin gaf ze ritme aan onze dagen en zijn we zo dankbaar voor dit kleine zonnetje in huis. Ook kwam er een poes enkele weken na het ongeval in onze tuin van onder de struiken en bleef bij ons. Sophie was een echte poezenmadam en zei vaak al lachend “ik kom later terug als kat”, reden genoeg om de poes te adopteren. Vroeger was ik heel sceptisch over spirituele dingen en dood was dood. Nu weet ik het niet meer, ik hoop stiekem op een weerzien want dat is een enorme troost. In de eerste jaren hebben Jan en ik veel gelezen over het verlies van een kind en daar konden we ook over praten. We stelden vast dat we niet alleen waren en onze gevoelens niet abnormaal.

O.V.O.K.
Ongeveer een half jaar na het ongeval gingen we voor het eerst naar een O.V.O.K.- bijeenkomst. Het was goed om mensen te ontmoeten die hetzelfde meemaken, die je begrijpen en die raad kunnen geven. We zagen dat het toch nog mogelijk is om van het leven te genieten, dat je nog mag lachen, neen moet lachen om te herleven. Dat je daardoor niet minder van je kind houdt of het vergeet. John Fosté zegt: “De tijd heelt wonden maar een stuk van ons lichaam zijn we voor altijd kwijt. Ons leven is niet doorgegaan maar het is ook niet gestopt. Het is alleen anders, we zijn niet meer dezelfde en denken over zowat alles anders dan vroeger. Ook ons tijdsbesef is gewijzigd. Wij spreken over vroeger en nu en bedoelen dan eigenlijk voor het ongeluk en erna. Alsof onze jaartelling opnieuw is begonnen.”

GEMIS
We zijn nu 5 jaar en half verder, in het begin gingen de dagen tergend traag, nu gaan ze weer snel, soms te snel en dan moet ik wat gas terugnemen want daar voel ik me niet goed bij. Ik ben ook niet graag te lang weg van huis, ik groet haar elke morgen met een dikke zoen op de ronde groene urne en dan moet ik wat kunnen mijmeren voor ik aan de dag begin. Wanneer je vroeger ons huis binnenstapte wist je meteen of Sophie er was. Dan kwam er muziek uit haar kamer en zong ze luidkeels mee. De stilte is hier nu soms te snijden, ik mis haar gebabbel, ik mis haar stem. Ook haar kamer is nog helemaal hetzelfde, ik loop er dagelijks verschillende keren binnen. Het doet ons pijn haar spulletjes te zien, haar kleren in de kast. Maar tegelijk roepen ze ook mooie herinneringen op. Wij shopten vaak samen en ik weet waar ze de meeste kleren kocht en voor welke gelegenheden ze deze droeg. Enkele kleren heb ik weggegeven aan nichtjes en vriendinnen. Ik ben dan blij als ik ze dat kledingstuk zie dragen. Ook zelf draag ik vaak iets van haar, zo voel ik haar dicht bij mij. Het is het enige wat ons rest, de vele herinneringen en de tastbare spullen op haar kamer. We hebben ontelbare foto’s en die bekijk ik vaak. Waarom dit ons kind overkwam zullen we nooit begrijpen, aanvaarden ook niet… Er mee leven is heel moeilijk, verdergaan zonder haar is vechten, elke dag, tegen het gemis en het verdriet. Het is zo verschrikkelijk oneerlijk je kind te moeten afgeven, haar te laten gaan voor jezelf …

Maar de gedachte aan ons kind houden we levend. We willen dat ze tenminste nog een tijd verder leeft door over haar te praten. Wij proberen haar heel vaak te vermelden in onze gesprekken met familie en vrienden. Haar naam valt dikwijls en ik stoor me er niet aan dat mensen hierdoor in verlegenheid zouden kunnen geraken. Haar verzwijgen kan en wil ik niet. Ze is ons kind en zal dat altijd blijven. Als men ernaar vraagt zeg ik dat we één dochter hebben die spijtig genoeg veel te jong overleed. Jan en ik hebben ook daarom in Thailand een project opgestart in haar naam waarbij we de studies financieren van minder bedeelde meisjes om hen zo de kans op een betere toekomst te geven. De toekomst die voor haar niet is weggelegd en die er voor ons nu zo totaal anders uitziet. Jan en ik zijn meer naar mekaar toegegroeid, we kunnen erover spreken en mekaar steunen. Troosten is een woord dat Jan niet graag gebruikt want dat houdt een belofte in, dat de toestand zal verbeteren. We kunnen wel mekaars hand vasthouden, het verdriet toelaten en ons niet schamen voor onze tranen. En natuurlijk zijn we vooral bang om elkaar te verliezen, het klinkt heel zwaar maar samen sterven zou ons mooiste geschenk zijn. Na het overlijden van Jan’s mama twee jaar geleden hebben we ook voor Sophie een gedenksteen laten maken en voor ons een plaats gereserveerd naast hen.

Sophie, we missen je zo geweldig, je was heel lief, verstandig en gaf zoveel vriendschap. Natuurlijk had jij ook je mindere kantjes, je was een twijfelaar, vooral over jezelf, “ben ik slim genoeg, mooi genoeg, hebben ze mij wel graag?” dat vroeg je je vaak af. Ik weet uit eigen ervaring dat al die twijfels verdwijnen naarmate je ouder wordt. Dan sta je vaster in je schoenen en doet het er veel minder toe wat anderen denken. Ja, ik blijf boos omdat je de kans niet kreeg om het allemaal zelf te ontdekken. Ons mooie meisje en haar onvoorwaardelijke liefde zijn we kwijt… Het verdriet blijft maar ook de herinnering aan haar, aan onze Sophie, ons mooiste geschenk gedurende 24 jaar… Geen seconde hadden we ervan willen missen, ze heeft ons leven verrijkt, ons gemaakt tot wie we nu zijn.

Ik ben een beter mens dankzij u Sophie, lieve schat wat zie ik je graag!